De speech voor de meester

Dames en heren, jongens en meisjes, mensen. En in het bijzonder: meester Ron.

Er zijn van die momenten waarop je denkt: dit is gewoon een donderdag. Je drinkt koffie, je zet een klas aan het werk, iemand is zijn gymtas kwijt, iemand anders zijn motivatie.
En dan ineens sta je hier. En krijg je het eerste exemplaar van een boek in handen. Geen handleiding begrijpend lezen, geen werkboek spelling categorie 67, maar een écht boek.
Over een jongen. Met een superbrein.

En ergens, laten we eerlijk zijn, ook een beetje over jou.

Want een superbrein klinkt indrukwekkend. Alsof je met je ogen dicht wiskundesommen oplost en ondertussen ook nog even de wereld redt. Maar wij weten inmiddels beter. Een superbrein is soms ook gewoon: te veel denken, te veel voelen, te veel tegelijk willen.
Een hoofd dat niet in een la past. En dan is het wel zo prettig als er iemand voor de klas staat die niet meteen zegt: ‘Doe eens normaal.’

Maar die zegt: ‘Vertel eens.’

En dat, meester Ron, is een talent. Misschien wel een superkracht. Niet alles willen oplossen, maar het wél zien. Niet alles gladstrijken, maar het laten bestaan. Ook als het schuurt. Juist als het schuurt.

Ik stel me zo voor dat jij af en toe naar een klas kijkt en denkt: wat gebeurt hier allemaal tegelijk. Wie heeft hier de regie. En dat je dan besluit: ik dus. Met een beetje humor, een beetje geduld en af en toe een blik die zegt: ik zie je heus wel.
Dit boek is ontstaan vanuit precies dat soort blikken. Vanuit ruimte. Vanuit iemand die niet meteen een sticker plakt, maar eerst even luistert.
En daarom is het eigenlijk heel logisch dat jij het eerste exemplaar krijgt. Omdat elk superbrein ergens begint. Niet bij een diagnose, niet bij een label, maar bij iemand die zegt: je mag er zijn. Ook vandaag. Ook zo.
Dus meester Ron, namens ons allemaal: dank je wel. Voor je geduld. Voor je humor. Voor het feit dat je elke dag weer een klas binnenloopt en denkt: we gaan er wat van maken. Zelfs als het maandag is. Of donderdagmiddag.

En dan nu het officiële moment. Het eerste exemplaar van Ties en zijn superbrein.

Wees er zuinig op. Of niet. Laat het slingeren op je bureau. Met koffievlekken. Ezelsoren. Zoals het hoort.

Dank je wel.