Ik schrijf graag. Veel en vaak. Dat is altijd zo geweest. Als kind had ik niet een knuffel onder mijn kussen, maar een schrift. En dat schrift was al snel vol. In 2010 debuteerde ik met In naam van mijn vader, een roman over een vader en dochter met een bipolaire stoornis. Je zou denken dat één boek genoeg is, maar nee, in datzelfde jaar kwam onder pseudoniem mijn tweede boek uit, Koosje. Ook weer over bipolaire stoornissen, want als je ergens verstand van hebt, dan moet je dat uitmelken. Later schreef ik Tijdens kantooruren, over een pathologische leugenaar die een complete werkvloer terroriseert. Erg gezellig allemaal.
Ik hou ook van korte verhalen. Soms worden die verfilmd (NCRV, het kan altijd erger). En in 2019 dook ik met uitgeverij Kluitman de kinderboekenwereld in. Het resultaat? Mijn moeder kookt soep van tafelpoten, over Fiep, een elfjarig meisje dat opgroeit met een moeder die bipolair is. Wat kan ik zeggen? Je schrijft wat je kent. In 2023 kwam mijn nieuwste boek uit: Je gaat toch geen gekke dingen doen? (Pepperbooks). Een titel die meteen bij je blijft hangen, hoop ik.
“Luisteren is een bijzonder groot goed en de meest onderschatte eigenschap ooit.”
Als ik niet schrijf, praat ik over boeken. Ik doe dat graag op literaire avonden die ik organiseer samen met Femke Nijland. Die ken ik van de boekenclub die ik ooit in Apeldoorn startte. Nu maken we er samen een feestje van, met hulp van boekhandel Broekhuis en Het Achterom. Alles met liefde voor woorden, verhalen, en mensen die eindelijk luisteren. Want echt, luisteren is een onderschatte kunst. Iedereen denkt dat ze het kan, niemand doet het echt.